Geld en realisme
Er is iets met geld aan de hand. Want is geld neutraal in de zin dat je het naar believen ten goede of ten kwade kunt gebruiken? Of heeft geld de neiging uit te groeien tot een macht die ons trekt in de richting van het kwade?
Met deze vragen wil ik aan de slag, waarbij ik wil beginnen met het lezen van Lucas 16 om dan vervolgens met dit bijbelgedeelte in ons achterhoofd een blik te werpen op de wereldeconomie. In dit hoofdstuk in Lucas tref je zes punten aan waarop de visie van Jezus op omgaan met geld verschilt met de in onze maatschappij gangbare zienswijze. Allereerst treffen we hier de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester. Israël kende een renteverbod, maar als een soort vervanging voor wat in andere economieën de rente zou zijn geweest was het wel gebuikelijk om, alvorens een lening werd afgesloten, deze op te hogen met een extra bedrag. Deze rentmeester scheldt nu de schuldenaars van zijn heer steeds dat erbij opgezette stukje kwijt. Daarom kan de heer weinig tegen hem uitrichten, want hij laat de reële schuld staan. Maar zo weet hij zich wel door middel van dat 'onrechtvaardige geld' nieuwe vrienden te maken, opdat, wanneer dit hem zou ontvallen, zij hem in huis zouden nemen (vers 9).
GELD IS ...
1. Geld is eindig. De woorden 'wanneer deze u ontvalt' in vers 9 brengen mij bij het eerste punt: er heerst in de samenleving niet alleen het idee dat geld macht en mogelijkheden geeft, maar er wordt ook een element van oneindigheid aan verbonden. Geld zal er altijd zijn en met geld kun je alles wat je maar wilt. Zelfs tot in ontwikkelingssamenwerking toe merk ik dat er een soort vertrouwen is wat geld allemaal uit zich zelf ten goede zou kunnen doen. Maar Jezus zegt: kijk uit, want het is niet oneindig en overmachtig, zodat je alles met behulp van geld kunt regelen.
2. Geld is het weinige. Vers 10: "Wie in zeer weinig getrouw is, is ook in veel getrouw en wie in zeer weinig onrechtvaardig is, is ook in veel onrechtvaardig." Hier gaan de woorden veel en weinig tegenover elkaar staan. Geld heeft een aura van macht en belangrijkheid om zich heen, maar hier wordt het het weinige genoemd, datgene waar het niet eigenlijk om draait. Als geld niet meer dienstbaar is aan menselijke verhoudingen, maar op een bepaalde manier dominant is gaan worden, dan is men vergeten dat het behoort tot het rijk van het weinige en niet tot het rijk van het vele.
3. Geld is valse rijkdom. Vers 12: "Indien gij dus niet getrouw zijt geweest ten aanzien van de onrechtvaardige Mammon, wie zal u dan het ware goed toevertrouwen?" 'True richness' staat er in de Engelse vertaling. Er is dus een ware rijkdom, de schatten waar Jezus over spreekt als Hij zegt: "Verzamelt uw schatten in de hemel." Deze schatten hebben te maken met de bereidheid om anderen lief te hebben en gerechtigheid te doen. Anderzijds zijn er schatten die veel reëler lijken, maar die niet de werkelijke rijkdom van het leven uitmaken. Die dingen hebben betekenis in je leven die te maken hebben met menselijke verhoudingen, vriendschap en liefde. Zodra je er een prijskaartje aan hangt, denatureren ze en verliezen ze hun essentie. Seksualiteit losgekoppeld van liefde, je kunt het kopen maar wat heeft het nog met liefde te maken? Het hoort niet bij de ware rijkdom.
4. Geld is egocentrisch. Vers 12: "En indien ge niet getrouw geweest zijn ten aanzien van het goed van een ander, wie zal u het onze geven?" Hier is de volgorde frappant. Het lijkt net alsof de maatstaf ligt in mijn zorg voor het goed van de ander. In het gangbare denken is het net andersom. Ik denk vanuit mijn goed en van daaruit denk ik toe te kunnen komen aan dienstverlening aan de ander. Hier staat de ander voorop. Eerst moet ik trouw zijn ten aanzien van andermans bezit, en dan pas komt de zorg voor het mijne.
5. Geld is de Mammon. "Geen slaaf kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de ander liefhebben, of zich aan de een hechten en de ander minachten. Gij kunt niet God dienen en de Mammon." Wanneer het geld gezien wordt als ware rijkdom en als iets dat je nooit in de steek zal laten, dan wordt het tot een domein of een macht; waarbij je jezelf dan ondergeschikt maakt aan die macht en aan de maatstaven van dat koninkrijk. En op dat moment volgt het woord Mammondienst in volle kracht.
6. Geld is zelfbevestiging. Het laatste punt: "Dit alles hoorden de Farizeeën, die geldzuchtig waren, en zij hoonden Hem. En Hij zeide tot hen: Gij zijt het die voor rechtvaardig wilt doorgaan voor de mensen, maar God kent uw harten. Want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God." Geld biedt mensen de mogelijkheid om zichzelf omhoog te steken, om zichzelf een aureool aan te meten om ook naar anderen toe macht uit te stralen. Er zit in geld een element van zelfbevestiging, waardoor je respect wilt afdwingen en je je beter voelt dan een ander. Maar het evangelie roept op tot het bevestigen van de ander. We hoeven onszelf niet te bevestigen, want als schepselen van God mogen we onszelf waardevol en geliefd weten.
REALISME
Geld kan ons verleiden tot egocentrische gedragspatronen. En als deze patronen de wereldeconomie gaan doortrekken, dan kunnen ze veel kwaad doen, echt intrinsiek kwaad. Als in hedendaagse ontwikkelingen als de globalisering de macht van het geld zo manifest aanwezig is, dan kan voor christenen de vraag opkomen of we wel mee moeten blijven doen. Meedoen met de knieval voor het geld als de hogere macht in ons leven, de laatste standaard waaraan we alles afmeten en in welk licht wij anderen zien.
Beoogt Jezus nu een misplaatst soort idealisme, dat nooit opkan tegen het realisme van de wereld? Als je die woorden gebruikt, moet je ze echter precies omkeren. Jezus heeft een reëlere visie op de beperktheid van geld en op wat het dus ten goede kan doen. Het idealisme is juist de beperkte blik van mensen die denken zichzelf door middel van geld gelukkiger te kunnen maken. Zijn blik is breder en realistischer en dieper. Ook ten aanzien van de wereldeconomie kan er de illusie zijn dat we met elkaar een prachtige wereld aan het opbouwen zijn die in de realiteit niet klopt.
WERELDECONOMIE
Er is in de wereldeconomie vooral in de rijkere landen een apart soort dynamiek ontstaan. Deze landen kunnen heel gemakkelijk nieuw geld maken of 'scheppen', zoals dat niet gespeend van enige hoogmoed genoemd wordt. Mensen leggen geld in bij de banken en die vertrouwen erop dat ze het er niet allemaal tegelijk weer afhalen, zodat ze met het geld aan de slag kunnen. Zo neemt de hoeveelheid geld in de samenleving toe. Er is een sterke groei in de hoeveelheid internationale liquiditeiten. Daarbij moet je denken aan dollars, yens en guldens, die soorten geld die in de wereldeconomie kunnen worden omgewisseld en die je nodig hebt om mee te kunnen doen met de internationale handel. Een arm land, Zambia bijvoorbeeld met zijn kwacha's, kan op de wereldmarkt niets kopen. Het moet eerst aan dollars zien te komen. En als zo'n land geen dollars heeft, dan moet het schulden maken om ze te pakken te kunnen krijgen.
Maar in de westerse wereld is geld gemakkelijk te maken en dat leidt dan ook tot een sterke groei van kapitaal. Slechts 1/10 hiervan gaat naar de arme landen en de rest blijft in de rijke landen. Waarom? Omdat de mogelijkheid van economische groei momenteel verbonden is met de nieuwe markten die door de informatie- en communicatietechnologie zijn ontstaan, de e-commerce. E-commerce heeft te maken met het gebruik van nieuwe technieken om tot in de huiskamers van mensen door te dringen met aanbiedingen van nieuwe produkten. Zo ontwikkelt zich een nieuwe markt, die een nieuwe groei van het geld motiveert.
De arme landen moeten, zoals gezegd, schulden maken om in de internationale handel te kunnen participeren. Tenzij ze zich richten op een sterke export, want daar kunnen ze ook geld verdienen. Maar dan moeten ze hun economie wel helemaal ombuigen naar een exportgeörienteerde economie, in de hoop dat de rijke landen hun markten open zullen zetten voor hun produkten. Maar dat gebeurt vaak niet. Dus je ziet dat arme landen schulden maken en dat ze om van die schulden af te komen zich heel sterk moeten oriënteren op het uitvoeren van wat ze hebben. Hun thuismarkt, waar de mensen zelf kunnen kopen en verkopen, kan zich daardoor moeilijk ontwikkelen. En dat betekent dat de perspectieven voor de groei van die economieën heel beperkt zijn. Ze zitten zo in een neerwaartse spiraal die in de richting van verarming gaat.
SCHEEF
Je kunt dus spreken van scheefheid in de wereldeconomie, omdat de arme landen uitgesloten zijn van een direct aandeel in het wereldgeld en maar 1/10 de van de kapitaalstroom van de wereld naar hen toegaat.
Hoe moeten we dit alles vanuit het evangelie bezien? Laat me eerst citeren uit een toespraak van president Vaclav Havel op 26 september 2000 tijdens het overleg van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) met de wereldbank in Praag. Havel zei toen: "Onze planeet wordt nu omwikkeld door één enkele globale vorm van civilisatie, maar het is de eerste keer dat het een wereldcivilisatie is die atheïstisch van oorsprong is, ook al zijn er vele miljoenen mensen die een religie belijden. Dit betekent dat de onderliggende waarden van deze beschaving niet betrokken zijn op het/de Eeuwige, maar dat er sprake is van een tekort aan respect voor datgene wat na ons komt. De mens put de grondstoffen en het milieu uit. Maar hij raakt hierbij vervreemd van zichzelf. Menselijke gemeenschapsvormen moeten er onder lijden. Men tolereert een cultus van materieel geldelijk gewin als de hoogste waarde, waaraan alles heeft te gehoorzamen en waarvoor democratieën op hun knieën vallen."
Zelfverrijking langs geldelijke weg wordt in de wereldeconomie blijkbaar gezien als uitermate vanzelfsprekend en natuurlijk. Dit wordt gepaard aan wat je een tunnelgeloof zou kunnen noemen: het geloof dat je in het verlengde van het uitbouwen van je eigen welvaart ook eens op een punt zal komen dat je geld zal kunnen geven voor de natuur, de arme landen en de goede doeleinden. De beperktheid van dit wereldbeeld zit hierin dat alle vragen vooraf worden overgeslagen. Het lijkt net alsof de wereld hier begint met het geld, met het zelfgeschapen geld, en alsof ditzelfde geld uiteindelijk de wereld zal verlossen. Maar is deze visie op geld wel breed genoeg? En worden er niet dingen die vooraf moeten gaan achteraf behandeld?
GEMEENSCHAP
Als op dit moment schepen uit Turkije stranden bij de Franse kust en mensen uit Afrika de Middellandse zee overzwemmen om deel uit te maken van onze cultuur, dan doen ze dat niet omdat ze uit zijn op een stukje schitterwereld. Maar het heeft te maken met de nood in hun eigen samenlevingen, en dat ze daar geen perspectief meer zien. Dat kun je zien als een lastig probleem voor ons. Maar de vraag moet daarbij aan de orde komen of we niet teveel ons eigenbelang als uitgangspunt hebben gekozen. Moet de bereidheid om ook anderen toegang te verlenen tot de bronnen van kapitaal niet voorafgaan in de wereldeconomie? Kun je wel achteraf aan anderen toekomen? Als je een vriendschaps- of huwelijksrelatie zo zou opbouwen, dan zul je merken dat die stukloopt. Je kunt niet vanuit jezelf beginnen, vanuit wat ik nodig heb om mezelf gelukkig te maken.
Dus er zit in de wereldeconomie een element dat stukbreekt op een werkelijkheid die dieper is dan in de rekenmodellen wordt voorzien. Rond het milieu is de dreiging ook duidelijk aanwezig. Het ontbreekt onze economie aan voorzorg en dan proberen we er achteraf met geld voor ontwikkelingssamenwerking en het milieu nog wat van te maken. Maar dan is het te laat. Kennelijk is de zorg voor het toevertrouwde een voorafgaande voorwaarde voor een goede ontwikkeling in de zin waar Jezus op duidt.
- Dit betoog lijkt te gaan over de economie in de grote wereld. Maar het raakt natuurlijk ook ons eigen kleine leventjes. Iedereen heeft met geld te maken. Het is voor christenen zeker niet vanzelfsprekend dat de maatstaven van het Koninkrijk voor hen de regel vormen en dat ze los zijn van de macht van het geld. Als je je leven bouwt op de garanties die geld je kan geven, ga je dingen missen in je leven. Dat kan in een gezinssituatie zo zijn, waarbij de kinderen naar de ijskast moeten lopen om aan hun eigen voedsel te komen en waar weinig vormen van gemeenschap meer zijn. Maar het geldt ook voor de werksituatie. Bedrijven kunnen te beperkte geldgerichte doeleinden hebben, waardoor ze als gemeenschap aan het verkommeren zijn. Dan treedt daar in het realisme van het evangelie.

Reacties
Hi
Heeft u behoefte aan een lening?
Ik ben, David Palmer bij naam te certificeren van een lening geldschieter. Wij bieden leningen particuliere en zakelijke organisaties, kerken, scholen en Landbouw leningen. we geven leningen tegen 2% rente. Ga terug naar ons met volgende gegevens, indien je geïnteresseerd bent in het verkrijgen van krediet bij ons zodat we kunnen beginnen met de verwerking van de lening.
Leners INFORMATIE
************************
volledige naam
stad
staat
land
telefoon
vrouw
staat de status van
Nodig geleende bedrag
de lengte van de lening
David Palmer
online adviseur
Mickyjames Loan Company.
mickyjames 08-09-2011 @ 14:21
Hi
Heeft u behoefte aan een lening?
Ik ben, David Palmer bij naam te certificeren van een lening geldschieter. Wij bieden leningen particuliere en zakelijke organisaties, kerken, scholen en Landbouw leningen. we geven leningen tegen 2% rente. Ga terug naar ons met volgende gegevens, indien je geïnteresseerd bent in het verkrijgen van krediet bij ons zodat we kunnen beginnen met de verwerking van de lening.
Contact op met deze e-mail (mickyjamesloancompany@gmail.com) voor meer info
Leners INFORMATIE
************************
volledige naam
stad
staat
land
telefoon
vrouw
staat de status van
Nodig geleende bedrag
de lengte van de lening
David Palmer
online adviseur
Mickyjames Loan Company.
mickyjames 08-09-2011 @ 14:25
Reageren