Christelijk zakendoen is meer dan een toetje

Van onze redactie economie
HOUTEN - Bij het zakendoen mag voor een christenondernemer het geld niet centraal staan. Hij moet ook letten op de belangen van bijvoorbeeld de werknemers, de klanten en het milieu. Als een zakenman dit alles doet, is dat dan een voorbeeld van bijbels rentmeesterschap? „Ja", stelt de communicatiedeskundige prof. dr. A. van der Meiden. „Nee", benadrukt ondernemer K. de Wit. En wat vindt de ethicus prof. dr. W. H. Velema? „Mijn antwoord zit tussen die beide uitersten in."

 

De drie heren probeerden gisteren in hun inleiding op het congres "Tussen rendement en rentmeesterschap" een balans aan te geven tussen de beide begrippen. De bijeenkomst vormde de start van de tweedaagse bedrijvenbeurs "Wegwijs In Zaken", die door KRB Organisatie werd georganiseerd.

 

Piketpaaltjes
In het zakenleven is het voor christelijke ondernemers moeilijk hun identiteit handen en voeten te geven. Dat geldt zeker voor de huidige tijd, waarin de prestaties van bedrijven met name worden bepaald op grond van hun rendement. Hoewel het belang hiervan niet mag worden onderschat, mogen de financiële resultaten toch niet centraal staan, benadrukte prof. Velema. „Geld vermeerderen en winst maken mogen nooit een doel op zichzelf zijn."

De emeritus hoogleraar van de Theologische Universiteit in Apeldoorn wees daarbij op het belang van het rentmeesterschap. „God is de absolute Eigenaar, Die aan mensen, ook na de zondeval, het beheer en de besteding van Zijn schepping toevertrouwde. Van de manier waarop dit wordt gedaan, moet de mens verantwoording afleggen."

Bij een ondernemer gaat het daarbij niet primair om het rendement van zijn bedrijf. „Dat is namelijk niet de beslissende factor waaraan het rentmeesterschap wordt gemeten. We moeten het rendement zien in het kader van het rentmeesterschap", aldus prof. Velema.

Andere zaken spelen ook een rol. De ethicus noemde enkele „piketpaaltjes." Vanuit de relatie tot God, het personeel en de samenleving moet de ondernemer aan maatschappelijke, sociale en ecologische verplichtingen voldoen. Dat betekent als onderneming dienstbaar willen zijn en bovendien moet er een billijk en eerlijk evenwicht worden gezocht tussen het persoonlijk en het sociaal belang.

 

Winstdeling
Bij het aangeven van ijkpunten bleef het niet alleen bij vrij abstracte termen. Hoewel de Bijbel voor de ondernemingen in onze moderne samenleving geen concrete ethische code biedt, is het wel mogelijk uit Gods Woord richtlijnen af te leiden. Het gaat dan al gauw om zaken zoals betrouwbaarheid in afspraken, goede serviceverlening, eerlijke klachtenbehandeling, betrouwbaarheid van de aangeboden producten en oprechte adviezen, stelde prof. Van der Meiden.

De reformatorische ondernemer De Wit uit Bodegraven, die een groot bureau voor bouwtechniek en energieadvies heeft, wees op het belang van het zorgvuldig omgaan met de schepping. Hij laakte de manier waarop met name de westerse landen roofbouw plegen op natuurlijke grondstoffen zoals gas en olie en ook de wijze waarop ze omgaan met het milieu. „Is dat rentmeesterschap?"

Ook prof. Velema reikte de christelijke ondernemers een aantal punten aan. „De werknemers moeten in de huidige welvaart een goede beloning krijgen. Bovendien dienen ze in een bescheiden, maar niettemin duidelijke en billijke mate te delen in de winst." Vanuit dit oogpunt kritiseerde de ethicus ook de optieregelingen voor het management. „Is dat billijk?" Zijn antwoord was duidelijk: „Nee." Volgens de emeritus hoogleraar moet een ondernemer geen geld ophopen om zo veel mogelijk te hebben. Ook waarschuwde hij voor een onstuimige groei van het bedrijf. „Er zijn voorbeelden van ondernemingen die hierdoor onbeheersbaar werden en te gronde gingen."

De ethicus uit Apeldoorn kritiseerde ook het beleggen in aandelen met het enige doel er winst mee te maken. Zijn oud-studiegenoot prof. Van der Meiden, die ook nog aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn heeft gestudeerd, viel hem bij. „Ik kom uit een kerk waar vroeger mensen die alleen leefden van geld dat niet met arbeid was verdiend niet aan het heilig avondmaal mochten. Nu jullie weer", voegde hij de ondernemers in de zaal met pretoogjes toe. Zijn toehoorders lachten.

 

Pluimpje
Hoewel de drie inleiders het over de meeste voorbeelden van christelijk ondernemerschap wel eens waren, stuitte het pleidooi van prof. Velema voor winstdeling op kritiek van ondernemer De Wit. „Dat klinkt goed, maar betekent het ook dat de werknemers bijdragen bij eventuele verliezen?" De kritiek van de emeritus hoogleraar op een sterke groei van bedrijven wees hij eveneens van de hand. „Moet ik dan klanten de deur wijzen, of moet ik ze toch proberen te helpen?"

Het belangrijkste punt voor De Wit was echter het feit dat aandacht voor sociale en ecologische zaken géén voorbeelden zijn van bijbels rentmeesterschap. Een milieuactivist, een humanist en een boeddhist pleiten daar om andere redenen ook voor. „Als het christelijk geloof niet verder dan algemene maatschappelijke ideeën reikt, zouden we onszelf een pluimpje kunnen geven en zijn we goede rentmeesters. Maar dat is niet bijbels, want in mijn verhouding tot Mijn hemelse Vader schiet ik dan toch nog tekort. De roem is uitgesloten; het is alleen door de wet des geloofs. Christelijk rentmeesterschap is dat we in afhankelijkheid van de Heere, Die hemel en aarde gemaakt heeft, leven. Wij zijn hier vreemdelingen en hebben elke dag Gods Woord nodig als richtingwijzer, als norm. Als rentmeester moet dat uit ons leven blijken."

De stellingname van De Wit ging prof. Van der Meiden te ver. De communicatiedeskundige vindt extra aandacht voor maatschappelijke zaken wel een voorbeeld van rentmeesterschap. „We moeten de kleine dingen niet verachten", aldus de hoogleraar, die nog regelmatig voorgaat in een huisgemeente.

Prof. Velema koos in de discussie voor een positie tussen de beide standpunten. De voorbeelden ziet hij als „een zegen van de algemene genade van de Heere God, waarbij voor christenen het rentmeesterschap een meerwaarde heeft door de verticale dimensie."

 

Getuigenis
Bij het nadenken over het geven van inhoud aan het begrip rentmeesterschap is het volgens prof. Van der Meiden erg belangrijk dat het niet bij het formuleren van goede bedoelingen blijft. „Het gaat erom hoe we de christelijke identiteit overdragen richting de buitenwereld. We kunnen redelijk vrijblijvend roepen dat we ons bij ons handelen laten leiden door Gods geboden, maar als dat niet wordt herkend of zichtbaar wordt, is een dergelijke roep leeg. Het moet juist gaan om het bereiken van de externe luisteraar. Dat kan alleen als er sprake is van een beleefde ethiek. Doe wat je zegt. Helaas gebeurt dat lang niet altijd. We zijn buitengewoon slim om voor bepaalde zaken, waar we ethisch niet mee uit de voeten kunnen, uitzonderingen te maken. Maar anderen prikken daar doorheen."

Vanuit de zaal werd naar voren gebracht dat het christen zijn zit in een stukje toegevoegde waarde. Maar prof. Velema vond deze term gevaarlijk. „Ik heb daar moeite mee. Je moet het christen zijn niet zien als een toetje, maar we moeten een zoutend zout zijn, het moet onlosmakelijk bij ons gedrag horen. Maar we hoeven er niet mee te koop te lopen. Laat een ander maar vragen waarom we op een bepaalde manier handelen. Als dat gebeurt, kunnen we een getuigenis geven."

Reageren

Naam   E-mail Mijn url
Voer onderstaande code hiernaast in:
f3ebb7
Onthoud mijn gegevens!